Opvoeden door een evolutionaire lens

Op deze website verzamel ik al jaren mijn artikelen over opvoeding, hulpverlening en onderwijs. Veel van die stukken draaien om één terugkerende vraag: wat hebben kinderen écht nodig om te floreren?

Begin dit jaar ben ik gestart met mijn Substack-nieuwsbrief Evolutionaire Pedagogiek. Daarin kijk ik door een evolutionaire lens naar het grootbrengen van kinderen.

De nieuwsbrief bouwt voort op mijn werk als orthopedagoog, mijn liefde voor wetenschap en de vragen die ontstonden toen mijn eigen kinderen opgroeiden. Tegelijk bied ik daar korte doorkijkjes in het boek over evolutionaire pedagogiek waar ik momenteel aan werk. In de nieuwsbrief krijgen lezers alvast een beeld van de kernideeën en inzichten die daarin samenkomen.

In mijn nieuwsbrief Evolutionaire Pedagogiek verbind ik inzichten uit de evolutiebiologie, evolutionaire psychologie, primatologie en antropologie tot een nuchter en onderbouwd perspectief op opvoeden.

Je bent van harte welkom om mee te lezen. Inschrijven is gratis.

Hieronder lees je een van de meest gelezen stukken.

Waarom Nederlandse ouders opgebrand raken (en de rest van de wereld niet)

De mythe van de perfecte ouder

Volgens opvoedexperts zijn er 1001 manieren om het fout te doen. Daarentegen laat antropologisch onderzoek wereldwijd zien dat er meer dan 1001 manieren zijn om het goed te doen bij het grootbrengen van kinderen. Ondertussen rukt onder Nederlandse ouders de parentale burn-out op. Moeten we echt zo ver gaan baby’s consent te vragen alvorens de luier te verschonen? Veel ouders ervaren stress bij opvoeden, veel ouders voelen zich zelfs opgebrand als gevolg van de opvoeding. De cijfers lopen uiteen van 20-40% van de ouders, waarbij moeders met jonge kinderen gemiddeld meer klachten van een ouderschapsburn-out ervaren dan vaders.

Voer voor pedagogen. Maar een zeker zo interessante invalshoek is hoe ouders wereldwijd hun kinderen grootbrengen, het onderzoek naar de kindertijd in andere culturen. Kijkend door de ogen van een antropoloog zien we dat de opvattingen van Westerse ouders aanzienlijk verschillen van die van ouders in de rest van de wereld.

Foto: Jong meisje van de Maniq-stam in Zuid-Thailand. Foto: Khaled Hakami, Universiteit van Wenen

“In het traditionele dorp (‘It takes a village’) zijn kinderopvangpraktijken bedoeld om de last voor moeders te verminderen, terwijl opvoedingspraktijken in westerse samenlevingen de last duidelijk vergroten.”

Aldus emeritus professor antropologie David Lancy (Utah State University) die in ‘The Anthropology of Childhood: Cherubs, Chattel, Changelings’ (2022) de belangrijkste inzichten uit 100 jaar antropologisch onderzoek heeft verzameld. Door het hele boek heen beargumenteert Lancy dat mensen doorgaans een laissez-faire attitude aannemen ten opzichte van de jeugd – wat in schril contrast staat met de overbezorgdheid die kenmerkend is voor westerse samenlevingen. Lancy onderscheidt twee opvoedmodellen.

‘Pluk wanneer rijp’ versus ‘pluk wanneer groen’

In de meeste culturen (”pluk wanneer rijp”) worden baby’s en peuters grotendeels genegeerd door volwassenen en leren kinderen door mee te helpen. Ze doorlopen wat Lancy een “dorpscurriculum” noemt: boodschappen doen, berichten overbrengen en kleinschalige versies van volwassenen taken uitvoeren.

In Westerse culturen zoals de onze staat “pluk wanneer groen” centraal. In “pluk wanneer groen”- culturen is het nooit te vroeg om baby’s te socialiseren of hun persoonlijkheid te erkennen. “We behandelen kinderen vanaf het begin als waardevol – een ‘neontocracy’ (een samenleving waarin kinderen voorrang krijgen en hoger worden gewaardeerd dan volwassenen) waarin ‘volwassenen diensten verlenen aan relatief weinig, nutteloze maar onbetaalbare kinderen’ zo vat Lancy samen.

Van babykamelen tot consent bij luiers verschonen

De Hadza – jagers-verzamelaars in Tanzania – krijgen meer kinderen dan naburige volkeren omdat Hadza-kinderen vanaf hun vierde jaar het grootste deel van hun voedsel (baobabvrucht) zelf bij elkaar scharrelen. In Fiji mogen kinderen geen volwassenen aanspreken of zelfs maar oogcontact met hen maken. Jongens bij de Toeareg, een nomadisch volk in Noord-Afrika, krijgen rond hun achtste of negende jaar een babykameel om voor te zorgen.

Daarentegen stellen Australische ‘Early Childhood’ wetenschappers dat ouders luiers verschonen zouden moeten aangrijpen om baby’s te leren over consent (toestemming geven). Het advies luidt ‘het kind te informeren vóór het verschonen wat er gaat gebeuren, een pauze in te lassen zodat het kind dit kan verwerken, en vervolgens te vragen of ze willen lopen/kruipen naar de commode op de babykamer, of gedragen willen worden.’

Dit laatste voorbeeld is illustratief voor de huidige opvoedverwarring in het westen. De inzichten in ‘The Anthropology of Childhood’ kwamen daarom als geroepen voor kersverse vader en schrijver Michael Erard (auteur van onder meer Babel No More). Een welkom tegenwicht voor de hysterie die rond kinderen en opvoeding hangt zo leest zijn enthousiaste review in The New York Times: ‘The Only Baby Book You’ll Ever Need

“Ik was blij met een etnografisch tegengif voor de alomtegenwoordige ontwikkelingspsychologen, wiens advies vaak een essentieel cultureel perspectief mist. Een voorbeeld: toen mijn vrouw en ik als gevolg van slapeloze nachten ons verstand aan het verliezen waren, lazen we adviesboeken over babyslaap. Geen enkele opvoedgids vermeldde dat acht ononderbroken uren slapen in een aparte kamer voor een baby een opmerkelijke culturele uitzondering is. Voor de meeste culturen is slapen sociaal. Over de hele wereld slapen mensen in groepen; met dieren; in kortere periodes. Toen we eenmaal begrepen dat wij niet de norm zijn, konden we ons ontspannen.”

Waarom je peuter echt mag helpen poetsen

Belangrijke vraag: wat kunnen we leren van die andere opvoedingsmethodes? Lancy licht een tipje van de sluier op:

“Dat we onze kinderen sneller aan het werk moeten zetten, bijvoorbeeld. Kinderen geven al vanaf achttien maanden aan dat ze graag helpen met poetsen, timmeren, de was opvouwen. Dat zijn de eerste tekenen van altruïsme. Maar wat doen ouders vandaag? Ze geven de peuter een speelgoedborstel en gaan verder met het uitvoeren van hun taak. Dat is het ergste wat je kunt doen, omdat je het kind op die manier het signaal geeft dat zijn inbreng niet gewaardeerd wordt. De motivatie om te helpen zal opdrogen, en je krijgt een kind dat later geen vinger wil uitsteken in het huishouden.”

Een zeer waardevol advies als je beseft dat ‘voortdurend opruimen’ de top 5 (64%) aanvoert van situaties die voor de ouders het meeste gedoe opleveren. Om de top 5 te completeren: 2. Aan je hoofd gezeurd worden, 3. Kinderen die niet luisteren, 4. Gedoe aan tafel, 5. In gesprek gestoord worden (Lemmen & Luijk (2026). Ouders onder Druk).

Het expert-probleem

Niet onderschat moet worden dat de druk op ouders in het westen ook een expert-probleem is: ouders worden overstelpt met te vaak tegenstrijdige en ongefundeerde adviezen. Dat alles wat ouders doen en laten een onuitwisbare invloed heeft op kinderen – alsof zij de architecten zijn van hun kind – is een misvatting. Kinderen worden wereldwijd op allerlei manieren grootgebracht, en ze komen voor het overgrote deel prima terecht. Een geruststellende gedachte. En de speelgoedstofzuiger? Die kan gewoon terug naar de winkel.

Dit artikel verscheen eerder in mijn Substack-nieuwsbrief Evolutionaire Pedagogiek.

Meer lezen over Evolutionaire Pedagogiek? Volg mijn nieuwsbrief op Substack – gratis, rechtstreeks in je inbox → Evolutionaire Pedagogiek

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.