Het probleem zijn niet de lastige kinderen. Volwassenen verdragen steeds minder

OPINIE NRC | Kindvrije campings en horeca zijn in opkomst. Steeds meer volwassenen klagen over luidruchtige, brutale of slecht opgevoede kinderen. Maar dit beeld wordt niet bevestigd door onderzoek, constateren Daniëlle Goedhart-Bax en Hans Koppies.

Kindvrije campings worden steeds populairder: volwassenen zoeken op vakantie rust, weg van schreeuwende kinderen en ouders die hen onvoldoende begrenzen. Ook kindvrije horeca wint aan terrein. Het past in een geluid dat we steeds vaker horen: kinderen luisteren niet meer, ouders stellen geen grenzen meer, pubers hebben geen respect. Vroeger hoefde je maar één keer naar een kind te kijken.

Uitspraken die lekker scoren op sociale media. Maar het beeld dat kinderen daadwerkelijk brutaler of slechter opgevoed zijn, wordt niet ondersteund door onderzoek. Er is wel reden tot zorg over toenemende somberheid en angst bij bepaalde groepen jongeren, vooral meisjes in de adolescentie, maar dat is iets anders dan concluderen dat kinderen massaal slechter luisteren. Misschien moeten we de vraag omdraaien: zijn kinderen echt lastiger geworden, of zijn wij normaal kindergedrag steeds minder gaan verdragen?

Dat laatste baart ons als orthopedagogen zorgen. We zien steeds vaker ouders die zich zorgen maken over gedrag dat prima past binnen een normale ontwikkeling: een kind dat veel beweegt, liegt, snel boos wordt of niet direct luistert. Het vraagt iets van je als ouder, maar abnormaal is het niet. Natuurlijk kán er problematiek achter schuilgaan en is soms hulp nodig, maar het probleem ontstaat wanneer we vergeten dat er een enorme bandbreedte bestaat waarbinnen kinderen zich normaal ontwikkelen. En die bandbreedte wordt met de jaren smaller.

Maakbaarheidsgedachte

Dat staat niet los van de maatschappij waarin kinderen opgroeien. We meten onze slaap, optimaliseren onze gezondheid en zoeken voor elk probleem een oplossing. Die maakbaarheidsgedachte is ook de opvoeding binnengeslopen: een kind dat snel boos wordt of niet goed luistert, roept al snel de vraag op wat er aan de hand is, terwijl ontwikkeling zich niet volledig laat sturen. Kinderen zijn geen projecten die je kunt optimaliseren; ze ontwikkelen zich met horten en stoten en laten gedrag zien dat soms onhandig, intens of ‘irritant’ is.

We zijn ook erg goed geworden in het observeren van kinderen, wat veel goeds heeft gebracht, zoals vroege signalering van ontwikkelingsproblemen, maar als we maar lang genoeg kijken, vinden we altijd iets wat niet volgens het boekje verloopt. Niet ieder kind dat zich op een camping misdraagt, heeft ouders die onvoldoende begrenzen.

Natuurlijk moeten kinderen grenzen krijgen. Maar rekening leren houden met anderen is iets anders dan verwachten dat kinderen zich als kleine volwassenen gedragen. Een peuter heeft nog weinig impulscontrole, een kleuter kan volledig opgaan in enthousiasme, een basisschoolkind vergeet voor de zoveelste keer wat je net vroeg, en pubers zetten zich af en hechten tijdelijk veel waarde aan wat leeftijdsgenoten vinden. Dat is geen belabberd ouderschap, dat is ontwikkeling. Kinderen leren niet alleen doordat volwassenen vertellen hoe het moet, maar ook door te oefenen, te botsen en soms de plank mis te slaan. Begeleid en begrensd, maar niet permanent gecorrigeerd.

Rekening leren houden met anderen is iets anders dan verwachten dat kinderen zich als kleine volwassenen gedragen

Het idee dat het met ‘de jeugd van tegenwoordig’ bergafwaarts gaat, is niet nieuw. Al zo’n vierduizend jaar geleden klaagde een Soemerische vader op een kleitablet dat zijn zoon liever rondhing op het stadsplein dan naar school te gaan. Generatie na generatie klaagt over jongeren die ongemanierd, lui of ongehoorzaam zouden zijn. En telkens voelt het alsof het nú echt anders is.

Tolerantie verandert

Wat door de tijd heen wél verandert, is niet zozeer het kind, maar onze tolerantie voor kindergedrag. Antropoloog David Lancy beschrijft hoe kinderen pas enkele decennia geleden veel meer ruimte kregen om buiten te spelen en lawaai te maken, zolang ze buiten het gezichtsveld van volwassenen bleven. Die vrijheid is inmiddels vrijwel ondenkbaar geworden – niet omdat kinderen onhandelbaarder zijn geworden, maar omdat we steeds meer van hen zijn gaan verwachten.

Gedrag dat gisteren nog ’jong gedrag’ werd genoemd, wordt vandaag iets wat verklaard, onderzocht of opgelost moet worden

Dat zien we terug in de cijfers. Emeritus hoogleraar pedagogiek Jo Hermanns wees erop dat het aantal jongeren in de jeugdzorg, inclusief ggz, tussen 2000 en 2018 explosief toenam: van 200.000 naar 415.000. Dit terwijl vrijwel alle indicatoren voor de ‘staat van de jeugd’ juist positiever waren geworden, aldus Hermanns. In 2024 lag dat aantal op 481.000. Die groei kan dus niet worden verklaard doordat het steeds slechter gaat met kinderen. Niet de kinderen worden problematischer, onze bandbreedte voor wat normaal is, wordt smaller.

Gedrag dat gisteren nog ‘jong gedrag’ werd genoemd, wordt vandaag iets wat verklaard, onderzocht of opgelost moet worden. Dat heeft gevolgen. Voor kinderen, die vroeg leren dat er iets met hen aan de hand is. Voor ouders, die denken dat elk lastig gedrag iets zegt over hun opvoeding. En voor de jeugdzorg, die we tegelijkertijd verwijten dat zij uit haar voegen barst.

Ons advies is dan ook: stop met praten over wat kinderen niet meer kunnen, en kijk kritisch naar wat wij nog van kinderen verdragen.


Dit opiniestuk is op zaterdag 29 augustus in NRC verschenen: Het probleem zijn niet de kinderen. Volwassenen verdragen steeds minder.

Op vrijdag 4 september verscheen dit artikel ook in het Dagblad van het Noorden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.